Barbaresco a Tavola 2020

In mei leggen niet alleen vogels hun ei. Ook de producenten van Barbaresco brengen dan hun nieuwste wijnjaar op de markt en dit gebeurt steeds door middel van een groots opgezet evenement, waarbij niet enkel de pers maar ook het publiek van wijnliefhebbers wordt betrokken. Het event heet “Barbaresco a Tavola” en wordt georganiseerd door de Enoteca Regionale van Barbaresco. Dit jaar is het event aan haar 26e editie toe en presenteert ze de het wijnjaar 2017.

Gedurende drie opeenvolgende vrijdagen – 8, 15 en 22 mei 2020 – zal het mogelijk zijn om in een van de vele restaurants uit de streek een volledige maaltijd te gaan eten, terwijl er ondertussen geproefd kan worden van het nieuwe wijnjaar van een groot aantal verschillende producenten, om precies te zijn, twintig producenten per avond.

Tijdens deze avonden bieden de restaurants een vast menu aan, het is die avonden dus niet mogelijk à la carte te eten. De klant betaalt een vast bedrag voor dit menu en de wijnen zijn gratis, ze worden de klant aangeboden door de initiatiefhouders. Het is een boeiende proeverij, want de wijnen worden blind geproefd en pas helemaal op het einde van de avond worden de namen van de producenten vrijgegeven. Op die manier wordt een objectieve beoordeling van de wijnen nagestreefd en het geeft elke producent jaarlijks opnieuw de mogelijkheid om zich onderscheiden van zijn collega’s, ongeacht zijn naamsbekendheid.

Ik heb al verschillende malen aan deze proeverij meegedaan en het is elke keer opnieuw een heel leuke avond geworden. Vooral als men eraan mee doet met een kleine groep, is het heel boeiend: op een speelse manier ontwikkelt men zijn smaakpalet en de discussies rond de wijnen leiden op het einde van de avond onvermijdelijk tot verhitte gesprekken, met uitgesproken meningen en ook veel gelach. In ieder geval weet je na zo’n avond hoe een Barbaresco smaakt. En dat die de moeite is… dat is over heel de wereld geweten!

Voor meer info over Barbaresco a Tavola : >>>

 

 

Ventuno.1: Napolitaanse interpretatie van de Piëmontese keuken

Na op zaterdagochtend onze inkopen te hebben gedaan op de biomarkt in Alba – een aardige markt waar de boeren uit de omgeving hun zelfgeteelde groenten en fruit, zelfgemaakt brood, zelfgeproduceerde kazen en worsten, eigengemaakte koekjes en jams en eigenverbouwde wijn verkopen – hebben mijn man en ik een bezoek gebracht aan het restaurant Ventuno.1. in Alba, op een boogscheut van Piazza Ferrero.

Bij het binnenkomen treffen we het restaurant zo goed als leeg aan, maar dan kijk ik op mijn horloge, 12u22, en besef dat het nog vroeg is, de meeste Italianen denken pas aan hun pranzo (lunch) tegen één uur. De kelner, een man van in de dertig met een zelfverzekerde houding, vraagt me of we gereserveerd hebben en dat klinkt alsof het restaurant een zekere faam geniet en dat het later toch drukker zal worden. Een dienstertje wordt erbij gehaald om onze jassen aan te nemen en vergezelt ons naar de eetzaal die iets meer naar achteren blijkt te liggen, omdat het eerste deel van de zaak ingenomen wordt door een lange toog en enkele barkrukken, voor klanten die enkel langskomen voor een koffie of aperitief. De eetzaal is ruim, modern, functioneel, met moderne kunst aan de muur, niets bijzonders – naar mijn mening – maar ook niet alledaags. Er is allezins over nagedacht. Er zijn verschillende tafeltjes voor twee personen en het dienstertje maakt met een armgebaar en enkele vage woorden duidelijk dat we er willekeurig eentje mogen uitkiezen. We nemen plaats aan een tafeltje bij de muur en terwijl we wachten op de kaart bekijken we ons tafeltje eens goed: een eenvoudig houten vierkanten tafeltje, papieren placemets, maar toch linnen servetten en Riedelglazen. Een opgewaardeerde trattoria.

Als iets later het dienstertje langskomt met de menukaart en water, overvallen we haar met  de vraag waar de eigenaardige naam van het restaurant vandaan komt: Ventuno.1. Waarom die punt en vanwaar het cijfer 1 erachter. Het blijkt te gaan om een verwijzing naar de geboortedata van de twee eigenaars: 21 april en 1 september. Origineel alleszins. De eigenaars hebben hun stempel willen drukken op het restaurant, in letterlijke zin. Het dienstertje vertelt er ook bij dat de eigenaars, kok en gérant, van Napolitaanse afkomst zijn en dat vinden we meteen terug in de design van de placemets op tafel. Een zwart-wit tekening van de baai van Napels met de vulkaan Vesuvius op de achtergrond, die alle aandacht trekt omdat ze net opengebarsten is en felgekleurde lava spuit, die doet denken aan een sprankelend vuurwerk. Een allusie op de explosie van smaken, die we hier gaan mogen ervaren, denk ik.

Napels is niet ver weg blijkt ook als we de menukaart bekijken. Hoewel de traditionele Piëmontese gerechten zeker niet ontbreken, zijn er verschillende gerechten die geïnspireerd zijn op de Napolitaanse keuken. Wij kiezen voor een Tagliolini, cacio, pepe, scampi e lime, een mix niet van twee, maar zelfs drie regio’s: Tagliolini is een eierpasta typisch voor Piëmonte, cacio e pepe (pecorinokaas en peper) is Toscaans of als je wil Romeins en de scampi met lime zijn typisch Napolitaans. Het is een gedurfde combinatie, een beetje gek, maar alles is mogelijk en we zijn benieuwd hoe het gerecht eruit gaat zien, en vooral hoe het zal smaken.
De wijnkaart is heel redelijk, alle regio’s uit Italië zijn vertegenwoordigd, ook Franse wijnen zijn verkrijgbaar. De prijzen zijn vergelijkbaar met de prijzen die in andere restaurants worden gevraagd, of lichtjes hoger. Zeker niet lager. Een kleine Napolitaanse toets? Wij kiezen voor een jonge Fralù van Bruna Rocca (2017), een klassieker onder de nebbiolowijnen, altijd lekker. Prijs: 30 euro.

Bij wijze van onthaal krijgen we van de chef een schaaltje met voor elk van ons twee hapjes: een balletje van robiolakaas gerold in gemalen hazelnoot en een croquette van kalfswangetjes op een bedje van ricottekaas. De presentatie is bijzonder geslaagd en het de hapjes zijn smaakvol en tegelijk fris en licht. Ze zijn veelbelovend en kondigen een creatieve keuken aan.
Terwijl we op de door ons bestelde schotel wachten, dringt de achtergrondmuziek tot ons door: Buonasera Signorina van Louis Prima, een Amerikaanse entertainer, geboren in New-Orleans, die zingt in de stijl van Frank Sinatra. De muziek roept het beeld op  van arme Italiaanse emigranten, die vanuit hun verre bestemmingen met nostalgie terugdenken aan hun vaderland. Na wat beter luisteren horen we de rest van de tekst: Buonasera Signorina, Buonasera, it is time to say goodnight to Napoli… Ach ja, il cuore napolitano…
Ondertussen komt het dienstertje met twee dampende schotels, onze Tagliolini. Mooie presentatie, goed klaargemaakt. Verrassend: de scampi waren niet gebakken, enkel gemarineerd in limoen!
We hebben zo gesmuld van ons gerecht, dat ons niet is opgevallen dat het restaurant ondertussen zo goed als volgelopen is. Nu we onze vork neegelegd hebben, kijken we eens goed rond. Het publiek is heel verscheiden. Een jong Italiaans gezin, een uitgebreid Zwitsers gezin met oma, kinderen en kleinkinderen, een tafeltje met een Italiaans gezelschap. Aan nog een ander tafeltje zitten twee mannen op leeftijd, bohemiens-stijl. Een van de twee haalt een vergrootglas boven om de menukaart te kunnen lezen. Zou hij een postzegelverzamelaar zijn of antiquair, juwelier? Ze geven alleszins de indruk “connoisseurs” te zijn.
Als dessert bestellen we een Baba a Rhum, om bij de Napolitaanse keuken te blijven.

Het dienstertje is efficiënt en bijzonder vriendelijk, maar een beetje schuchter. Hoewel ze naar het einde van de maaltijd iets losser is: ze vertelt dat ze Albanese is en dat verklaart een deel van haar gedrag. Ze woont nog maar een paar jaar in Italië en heeft de taal nog niet helemaal onder de knie. Maar ze is jong en doet haar uiterste best. Ze raadt ons aan op vakantie naar Albanië te gaan, we zullen het er zeker naar onze zin hebben. Er zijn bijzonder mooie plekken, maar we moeten aan de lokale Albanen vragen waar en wat we moeten bezoeken. Of we er ook goed kunnen eten? De keuken is er georiënteerd op Griekenland en Turkije, maar de laatste jaren is er een groeiende interesse voor de Italiaanse keuken.

De koffie op het einde van de maaltijd valt wat tegen… het doet evenwel niets af aan de indruk die we al hadden: een elegante, creatieve trattoria met Napolitaanse toets in de Piëmontese Langhe. Een aanrader! Zeker voor wie al wat vaker in Alba is en eens iets anders wil proberen dan de klassiekers, zoals Café Umberto, La Piola of Osteria dell’Arco.

Ristorante Ventuno.1
Via Cuneo, 8A
Alba (CN) 12051
Telefoon:(+39) 0173 290787
Email:ristorante@ventunopuntouno.it
Www: https://ventunopuntouno.it
Sluitingsdag: woensdag

Hoe een restaurant kiezen in Italië?

De Michelingids is ongetwijfeld mijn favoriete gids als het om het vinden van een goed restaurant in Italië gaat. Deze gids, die kan buigen over een eeuw ervaring, is betrouwbaar. Het feit dat een restaurant is opgenomen in de gids, is al een eerste goed teken. De indeling die de gids maakt (de vorkjes, de bib-restaurants en de sterren) vormen samen een betrouwbare indicatie voor wat de klant te wachten staat. De gids is online raadpleegbaar, wat hem bovendien behalve aantrekkelijk ook gemakkelijk en gratis consulteerbaar maakt.

Ristoranti d’Italia dell’ Espresso bestaat sinds 1978 en is ontstaan als antwoord op de Michelingids, die de Italianen te Frans vonden. In de recensies van Espresso wordt veel aandacht besteed aan de versheid van de producten en de authenticiteit in de bereidingen. De Italiaanse keuken haalt haar succes niet zozeer uit ingewikkelde recepten, maar juist uit puurheid en eenvoud, daar ligt haar kracht en het is dit aspect dat Espresso wil belichten. In tegenstelling tot de Michelingids, die met symbolen werkt en weinig tekst, wil Espresso tijd besteden aan het formuleren van haar opmerkingen, opdat er ook plaats zou zijn voor nuancering. De gids is enkel te krijgen op papier. De beste restaurants krijgen een koksmuts, waarbij drie mutsen het maximum is dat behaald kan worden.

Gambero Rosso geeft de gids Ristoranti d’Italia uit, laatste editie is die van 2020. Deze gids vierde dit jaar haar dertigste verjaardag en behoort dus ondertussen ook tot de betrouwbare gidsen van Italië. De gids anno 2020 recenseert 2685 lokalen, waarvan er 35 de hoogste kwotering krijgen, de Tre Forchette (drie vorkjes). De Gambero Rosso betrekt in haar kritiek zowel de gerechten, de wijnkelder als de zaal. Men denkt erover om een vierde element in de beoordeling op te nemen, dat slaat op de eco-verantwoordelijkheid van het restaurant.

De gids van Slow Food is een vreemde eend in de bijt. Deze gids recenseert niet de beste restaurants, wel de restaurants die beantwoorden aan de filosofie van de organisatie: met name verse producten, authentieke recepten, eenvoudige inrichting, warm onthaal. Kortom, de mythe van de cucina della nonna (grootmoederskeuken) in kaart gebracht.

Dat er nog gidsen zijn, zal niemand verbazen. Onder meer de gids van de Touring Club Italia (hotels en restaurants), de gids I Cento, de online gids Identità Goloso. Ze hebben allemaal hun doel en zijn zeker het raadplegen waard, maar hun impact is kleiner dan de vier hiervoor genoemde gidsen.

Voor wie de Italiaanse taal niet machtig is, is de Michelingids nog steeds een goede informatiebron. De andere gidsen zijn uitsluitend in het Italiaans opgesteld en vereisen al een degelijke talenkennis om alles te begrijpen. Er zijn wel enkele buitenlandse aanbieders van informatie over restaurants in Italië: de meeste reisgidsen geven beperkte overzichten. Verder zijn er de website Tripadvisor en The Fork, boordevol informatie. Maar daarin zit ook hun beperking: omdat ze zo veel informatie geven, verlies je veel tijd om hetgeen je interesseert eruit te filteren. Ik mis hier een strenge commissie die voor mij al het kaf van het koren scheidt!